Een anthropologische beschrijving van de Monistam in het bergland van oost Irian Jaya. De auteur werkte daar van 1971 tot 1984 als pastor en beschrijft hun leefsituatie (de omgeving, behuizing, tuin en voedsel) en gewoonten (relaties met andere stammen, verwantschap, huwlijk, oorlogsverhoudingen, mythen en geesten)